Diner for …
Zo heel, maar dan ook heel af en toe deden we het, een etentje. Omdat we leuke, lieve mensen om ons heen hadden maar vooral ook omdat samen eten voor ons hét toppunt van warm, knus en gezellig was.
Waar we voorheen spontaan konden besluiten ergens ‘een happie te gaan eten’ - variërend van een daghap tot een uitgebreid vijf-gangen-diner -, ging dat nu nooit meer spontaan. Wat een gemis …
Inmiddels had ik geleerd dat ik dat soort dingen wel nog af en toe ‘kon-maar-niet-echt’ als ik ze heel goed voorbereidde, als ik een strakke planning hanteerde en als aan alle randvoorwaarden was voldaan.
Dus toen we een etentje planden met lieve vrienden was de reservering snel gemaakt. Voor het zover was had ik ruim een week van tevoren al ter plekke bekeken én besproken waar we dan het beste konden zitten. Voor mij betekende dat niet bij de deur, niet op een plek waar iedereen achter me langs kon of moest lopen en ook niet onder een radio, al kon deze in dit geval uitgezet worden. Niet op een heel drukke avond en ook niet midden in de ruimte. Heel veel niet maar dat leverde dan uiteindelijk wél het allerbeste plekje op. Meestal in een hoek, en vaak lekker knus en enigszins afgeschermd. Het viel me steeds weer op hoe goed er meegedacht werd.
In de week ervoor maakte ik geen andere energievretende afspraken - behalve dan de fysio en het bezoek van mijn ambulant - en zorgde ik ervoor dat ik rustig kon voorbereiden op het uitstapje dat eraan zat te komen. Een etentje waar ik me erg op verheugde, want niets was fijner dan samenzijn met mensen waar je van hield, waar je een fijne band mee had. Samen eten werkte verbindend en versterkte sociale contacten, al was het vooral ook dat ik me op zo’n moment zo heel fijn even weer gewoon mens kon voelen, ‘gewoon’ mee kon doen.
Ook al was de voorbereiding perfect, er waren natuurlijk nog genoeg niet weg te halen prikkels; licht, flakkerende kaarsenvlammetjes die ik vakkundig omdraaide, lachende mensen, rammelend bestek en rinkelende glazen. Overigens was dat ook nooit een goed idee, prikkels volledig buitensluiten. Het kon ook gewoon niet, ze waren er immers altijd, én overal. Mijn super comfortabele noice-cancelling hoofdtelefoon was op dat soort momenten mijn beste vriend.
Om de prikkels wel zo lang mogelijk aan te kunnen pakte ik tussendoor mijn rustmomenten en zorgde ik ervoor dat ik uit de situatie stapte. Niet leuk, maar wel noodzakelijk om te voorkomen dat ik opeens werd overvallen door een golf van misselijkheid, extreme vermoeidheid waarbij me de tranen over de wangen liepen of pijn in al mijn ledematen.
Waar mijn tafel genoten lekker bleven zitten zette ik ‘de sokken erin’, een rondje om de kerk. Letterlijk ook, want het restaurant lag aan het plein, tegenover de kerk en midden in het dorp. Lopen hielp, de combinatie van fysieke beweging en het loopritme zorgde voor een kalmerend effect op mijn hersenpan.
Helaas was het nu ook weer niet zo dat daarmee alles opgelost was want ik stapte natuurlijk wel steeds opnieuw terug de situatie in. Bij elke nieuwe binnenkomst in het restaurant voelde ik het. Bovendien werd het steeds zwaarder om het vol te houden en was ik steeds eerder aan een pauze toe.
Na drie rondjes om de kerk gecombineerd met twee momenten op een stil en donker terras was het voor mij genoeg geweest. Zowel mijn karakter als mijn wilskracht hadden heel goed hun best gedaan maar nu was het klaar. Het was absoluut niet slim zo over mijn grenzen te gaan maar soms … ik was ook gewoon maar mens en had dit soort dingen soms zo nodig, hoe ziek ik er ook van werd.
Eenmaal thuis sloegen de vermoeidheid en de misselijkheid in alle hevigheid toe. Ik dook mijn bed in maar hield het heerlijke eten gelukkig binnen.
Helaas bleef dat soort momenten confronterend. Inmiddels had ik geleerd ze te ‘accepteren’.
Dit heerlijke etentje was een heel bewuste keuze, dit fijne moment met lieve vrienden was het dat waard en dus had ik het er voor over: Een paar dagen echt heel slecht en uiteindelijk een blijvend mooie herinnering.
Reacties
Een reactie posten